Een topambtenaar heeft op 3 juli 2026 tegenover de parlementaire enquêtecommissie corona verklaard dat het kabinet tijdens de pandemie moest omgaan met botsende grondrechten bij het instellen van de avondklok. Hanneke Schippers-Spanninga, voormalig directeur Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, verscheen op dag 16 van de openbare verhoren, die deze week in het teken staan van de avondklok.

Schippers-Spanninga zei dat het kabinet moest dealen met verschillende grondrechten bij het maken van beleid. De avondklok was een ingrijpende inperking van de bewegingsvrijheid. De commissie wil weten hoe de weging tussen grondrechten plaatsvond.

Ook Romy Quint, mede-oprichter van de kritische groep 'Vrouwen voor Vrijheid', werd gehoord. De organisatie zette vraagtekens bij het coronabeleid, naar eigen zeggen 'zonder polarisatie'. Eerder deze week verklaarden oud-minister Ferd Grapperhaus en voormalig OMT-voorzitter Jaap van Dissel ook over de avondklok.