Een vrouw uit Zoutleeuw wordt geïnterneerd nadat ze haar buren jarenlang het leven zuur maakte. De zaak wordt omschreven als “aanhoudende terreur”.

Volgens de beschrijving van de feiten zong ze door een microfoon telkens wanneer de kinderen van de buren gingen slapen, maakte ze de omheining kapot zodat de hond kon ontsnappen en verbrandde ze haar afval in de tuin. Die incidenten worden voorgesteld als onderdeel van een langdurige reeks pesterijen tegen de mensen die naast haar woonden.

De internering brengt de zaak tot een gerechtelijke afsluiting. In België is internering een maatregel die door de rechter wordt opgelegd en geen gewone gevangenisstraf. Daarmee komt een einde aan een periode waarin de buren naar eigen zeggen voortdurend onder druk leefden door het beschreven gedrag.