Vier mannen stonden op 27 oktober 2026 terecht in Nederland op verdenking van de seksuele uitbuiting van minstens zeven vrouwen, die onder meer op de Amsterdamse Wallen onder dwang zouden hebben moeten werken.
Volgens het Openbaar Ministerie moesten de vrouwen onder dwang werken; daarnaast zouden zij ernstig zijn mishandeld en financieel zijn uitgebuit. De verdachten wordt verweten dat zij op die manier van hun slachtoffers hebben geprofiteerd.
De zaak draait om een vermoedelijk internationaal mensenhandelnetwerk dat actief zou zijn geweest in vier Europese landen. De vier mannen zijn de verdachten in de procedure; de vrouwen zijn de vermeende slachtoffers.
In de berichtgeving over de zitting wordt ook gewezen op tegenstrijdigheden in de verklaringen van de vrouwen. Die verschillen zullen naar verwachting een centrale rol spelen bij de beoordeling van het bewijs tegen de vier mannen. Geen van de beschuldigingen is op dit moment bewezen geacht.






