Rijkswaterstaat sloot in juli 2026 het Twentekanaal, een besluit waar bedrijven woedend over zijn, maar dat de dienst volgens de geldende regels niet kon vermijden. Uit documenten blijkt dat druk uit Overijssel en Drenthe doorslaggevend was voor de sluiting.
De afsluiting leek in eerste instantie een besluit dat op grote afstand was genomen, met weinig oog voor de pijn in de regio. De stukken van Rijkswaterstaat, belicht in een reconstructie die op 23 oktober 2026 verscheen, wijzen een andere kant op: de aanjager van de sluiting lag vooral in de regio zelf. Ook het eigen waterschap drong aan op drastische maatregelen op het Twentekanaal.
Bedrijven langs het kanaal reageerden met woede op de sluiting en op de manier waarop die tot stand kwam. Rijkswaterstaat houdt vol dat er volgens de voorschriften geen andere mogelijkheid was dan het kanaal te sluiten.
De documenten maken duidelijk hoe een maatregel die van veraf leek te zijn opgelegd in de praktijk van binnenuit Overijssel en Drenthe werd aangedrongen. Daarmee verschuift de discussie van de landelijke dienst naar de regionale partijen die op ingrijpen aandrongen.






