Politicoloog en journalist Anouk Kootstra plaatst vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid waarmee een goed salaris, vrijheid op het werk en aanzien als persoonlijke verdienste worden gezien. Zij vraagt zich af of een beleidsmedewerker echt harder werkt dan een postbezorger.

In een op 7 november 2026 gepubliceerd stuk neemt Kootstra een veelgehoorde rechtvaardiging in het loondebat onder de loep: het idee dat een hoger inkomen logisch voortvloeit uit een studie. Die redenering legt zij naast de drie zaken die in het geding zijn: een goed salaris, autonomie in het werk en maatschappelijk aanzien.

De vergelijking die zij opwerpt is bewust concreet. Een postbezorger en een beleidsmedewerker doen beiden werk waar de samenleving op steunt, maar het verschil in beloning, vrijheid en status tussen hen wordt zelden in andere termen verklaard dan opleiding. Dat uitgangspunt verdient volgens haar meer kritische beschouwing dan het nu krijgt.

Daarmee raakt het stuk een breder debat over meritocratie: in hoeverre beloningen op de arbeidsmarkt voortkomen uit inzet en bekwaamheid, en in hoeverre uit diploma's, functie en omstandigheden. Kootstra presenteert geen afgeronde uitkomst, maar nodigt lezers uit de aanname achter de uitspraak dat studeren een hoger inkomen vanzelfsprekend maakt, opnieuw te wegen.