Op 25 juni 2026 stond Philips voor de Ondernemingskamer in Amsterdam, waar een groep beleggers een onafhankelijk onderzoek eiste naar de afhandeling van de slaapapneu-affaire. De beleggers, vertegenwoordigd door de VEB en claimorganisaties, stellen dat Philips de markt te laat en onvolledig heeft geïnformeerd, wat tot miljardenverliezen leidde.

Tijdens de zitting voerde Philips aan dat een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bevestigt dat het bedrijf beleggers tijdig en correct heeft geïnformeerd over de affaire. Philips verwees naar de bevindingen van de AFM als bewijs dat het aan zijn informatieplicht had voldaan.

De slaapapneu-affaire draaide om grootschalige terugroepacties van Philips-ademhalingsapparatuur vanwege schuimdat eroderend, wat leidde tot aanzienlijke financiële en reputatieschade. Beleggers menen dat zij niet adequaat zijn geïnformeerd over de risico's, wat hun verliezen zou hebben vergroot.