Oppositiepartijen vinden dat de uitspraken van justitieminister David van Weel over ernstige misdrijven waar justitie niet achteraan ging, passen in een patroon van te stellige uitspraken die achteraf gecorrigeerd moesten worden. JA21 en DENK brachten de kwestie op 24 september 2026 in Den Haag naar voren.
De partijen verbonden de kwestie rond de niet vervolgde ernstige misdrijven aan eerdere uitspraken van de VVD-minister. Volgens de oppositie werden die uitspraken destijds met meer stelligheid gebracht dan later gerechtvaardigd bleek, waarna correcties nodig waren. In dat verband brachten de partijen ook een eerdere zaak ter sprake.
Van Weel heeft in de beschikbare berichtgeving nog niet gereageerd op de vergelijking die JA21 en DENK maken. De discussie draait om de manier waarop het ministerie en het Openbaar Ministerie zijn omgegaan met meldingen van ernstige delicten die niet werden opgevolgd, en om de wijze waarop de minister dat optreden publiekelijk heeft beschreven.






