In Nederland zijn de afgelopen vijf jaar minstens twaalf gevallen van kindermarteling aan het licht gekomen. Dat blijkt uit een inventarisatie van de NOS op basis van rechtbankuitspraken. Het gaat om kinderen die langdurig systematisch en ernstig zijn mishandeld, bijvoorbeeld door opsluiting, vastbinden, wurgen of het moeten drinken van urine.
Kindermarteling wordt beschouwd als de meest verregaande vorm van kindermishandeling, maar er bestaat in het Nederlands geen officiële term voor. In de gevonden zaken was volgens de NOS sprake van opzet en van plezier halen uit de macht over een kind, vaak in combinatie met verwaarlozing en onmacht.
Klinisch psycholoog Leony Coppens zegt tegen de NOS dat er nauwelijks onderzoek is naar het werkelijke aantal slachtoffers. Zij noemt kindermarteling “een blinde vlek in Nederland”. Daders weten de marteling goed te verbergen, waardoor de omvang van het probleem moeilijk is vast te stellen.
Als spraakmakende voorbeelden noemt de NOS onder meer het pleegmeisje uit Vlaardingen en twee mishandelde kinderen in Stadskanaal.






