Nederlandse huishoudens besteden inmiddels ruim 3 procent van hun totale uitgaven aan afhaal- en bezorgmaaltijden, blijkt uit een analyse van De Nederlandsche Bank (DNB) die op 13 augustus 2026 is gepubliceerd. In 2015 was dat nog ongeveer 1,6 procent.

Het aandeel van maaltijden die door iemand anders worden klaargemaakt, is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld, aldus DNB. De toename hangt hoogstwaarschijnlijk samen met de coronapandemie, toen restaurants hun deuren moesten sluiten en overschakelden op afhalen en bezorgen. Consumenten ontdekten hoe makkelijk het is om via hun telefoon eten te bestellen, en velen bleven dat doen nadat de coronamaatregelen waren afgeschaft.

Dat er meer geld naar bezorg- en afhaalmaaltijden gaat, betekent niet automatisch dat er vaker wordt besteld. Afhaal- en bezorgmaaltijden zijn de afgelopen jaren flink duurder geworden. Restaurants en bezorgdiensten kregen te maken met hogere lonen, energieprijzen en ingrediëntenkosten, en droegen die stijgingen deels aan consumenten door.