‘Ik sodemieter verf op een doek, ik druip spat sla schop. Ik vecht met verf.’ Met deze woorden vatte Jan Cremer (1940-2024) zijn schilderwijze strijdlustig samen. Een nieuwe tentoonstelling toont de fraaie resultaten van Cremers gevecht met verf. Cremer in context – de vroege jaren in museum de Fundatie in Zwolle is de eerste overzichtstentoonstelling na het overlijden van Cremer in juni 2024.
De expositie focust op het schilderwerk van Cremer in de jaren vijftig en zestig en legt verbanden tussen zijn werk als schilder en dat als schrijver. In de jaren vijftig en zestig volgden Cremers boeken en schilderijen elkaar in rap tempo op. Hoogtepunt uit die tijd was de roman Ik Jan Cremer (1964), die vóór publicatie al tot ‘onverbiddelijke bestseller’ werd gedoopt en Cremer de status van enfant terrible van de Nederlandse letteren gaf.
Uiteindelijk ging het boek miljoenen keren over de toonbank, in Nederland en ver daarbuiten. In Cremers visie op zijn eigen werk school een tegenstrijdigheid. Al op zijn twintigste merkte hij op: ‘Ik schilder niet volgens een idee, want ideeën zijn waardeloos.
Ik wil alleen maar lekker verven; ik ben toch immers een gewone jongen en al die flauwekul van kunst en hogere ideeën kan me gestolen worden.’ Tegelijkertijd was hij zelfverzekerd: ‘Ik wil beroemd en bekend worden en dat word ik ook, daar ben ik zeker van.’ De Nachtwacht Het schilderwerk van Cremer is veelzijdig.
Zelfportret met bierfles (1956) is een portret van zijn puberende zelf, met links een oranjekleurig biertje en rechts een vorm die zich moeilijk laat omschrijven. Is het een lamp, een futuristische flat, iets totaal anders? Het schitterende vijfluik La Guerre Japonaise (1960) is een hoogtepunt van de tentoonstelling.
Het is Cremers verbeelding van de oorlog en een aanklacht tegen het zinloze geweld dat daarmee gepaard gaat, uitgedrukt in verf, teer en een verschroeide plek op het doek. Ralph Keuning noemde het schilderij ‘ De Nachtwacht van de twintigste eeuw’ Voormalig directeur van De Fundatie Ralph Keuning noemde het ‘De Nachtwacht van de twintigste eeuw’.
Cremer hanteerde in 1960, toen nog onbekend en al wel vol branie, de immense vraagprijs van een miljoen gulden voor La Guerre Japonaise . In 2015 kwam de Fundatie alsnog met de oorspronkelijke vraagprijs over de brug (volgens Cremer). Woestijngevecht (1959) is een soortgelijk schilderij.
Geen verfijnde esthetiek, maar dikke klodders verf en wilde texturen. Het ademt de vechtlust die zijn hele vroege oeuvre definieert. Naast Cremers schilderijen toont de tentoonstelling ook foto’s uit het leven van Cremer. Cameraschuw was hij allerminst, vaker wel dan niet met een sigaret tussen zijn lippen.
In die zin was hij zijn tijd ver vooruit: om sterauteur of -schilder te worden, is je imago (en dus portret) allesbepalend. Cremer begreep dat als geen ander. De tentoonstelling is te zien vanaf 20 juni tot en met 20 september in museum de Fundatie in Zwolle. Elke eerste vrijdag van de maand is het bezoek gratis.
C


