Op 30 juni 2026 maakte de Hoge Raad bekend dat hij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om advies zal vragen over de vraag of een oude moordzaak heropend kan worden als deze was afgerond voordat de wet die heropening mogelijk maakt in werking trad. Dit besluit volgt op het advies van de procureur-generaal.

De zaak betreft een moord die leidde tot een vrijspraak, en de juridische kwestie draait om de terugwerkende kracht van een wet uit 2012 die het mogelijk maakt om afgesloten zaken te herzien op basis van nieuw bewijs. De Hoge Raad wil weten of deze wet van toepassing is op zaken die voor de inwerkingtreding zijn afgerond.

De behandeling van de zaak ligt stil totdat het Europese hof zijn oordeel heeft gegeven. De uitspraak zal gevolgen hebben voor de onherroepelijkheid van strafvonnissen en de balans tussen rechtszekerheid en het nastreven van gerechtigheid bij nieuw bewijs.