De Gezondheidsraad adviseert het kabinet om de 13-wekenecho niet structureel onderdeel te maken van het Nederlandse prenatale screeningsprogramma, omdat de uitslagen vaak niet kloppen. In de huidige vorm wegen de voordelen van de echo volgens de raad niet op tegen de nadelen.

De echo, bedoeld om ernstige afwijkingen bij ongeboren kinderen op te sporen, wordt al vijf jaar tijdelijk aangeboden. De Gezondheidsraad vindt dat die tijdelijke mogelijkheid niet zonder meer permanent moet worden. Het advies werd op 22 september 2026 in Den Haag uitgebracht en volgt op onderzoek dat de raad op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft uitgevoerd.

Uit dat onderzoek blijkt dat afwijkingen met 13 weken relatief vaak werden gemist. In verhouding tot het aantal echo's dat werd verricht, was het aantal gevonden afwijkingen beperkt, concludeert de raad. Ook werden afwijkingen te vaak onterecht vastgesteld; in die gevallen was een vervolgecho nodig om te bepalen dat er toch geen afwijking was. De raad ziet daarom ruimte om de echo te verbeteren voordat deze een vaste plek in het screeningsaanbod kan krijgen.

Voor 2021 kregen zwangeren hun eerste echo rond 20 weken. Een echo rond 13 weken zou vooral voordeel opleveren doordat er meer tijd is om te bepalen wat er wordt gedaan wanneer een afwijking zichtbaar is. Met de 13-wekenecho kunnen ernstige afwijkingen worden opgespoord, waarna de zwangerschap eventueel kan worden beëindigd.