is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking. Hij woont in Berlijn. Gepubliceerd op 14 juni 2026Leestijd 2 minTerwijl Europese leiders voortdurend het belang van Europese samenwerking benadrukken, zijn de belangrijkste lidstaten van de Europese Unie niet in staat een prestigieus defensieproject als het Frans-Duitse gevechtsvliegtuig FCAS te voltooien.Her en der klonken relativerende woorden: FCAS was een prestigeproject dat toch al op sterven na dood was, misschien zijn drones in de toekomst wel belangrijker dan dure straaljagers, andere Europese defensieprojecten gaan gewoon door.
Toch is het einde van FCAS een politiek fiasco dat het probleem van Europa in een notendop samenvat.Enerzijds is er de wens tot integratie. Europa streeft naar strategische autonomie en wil op eigen benen kunnen staan. Op het gebied van defensie betekent dit vooral meer onafhankelijkheid ten opzichte van de Verenigde Staten.
Daarom wilden Frankrijk en Duitsland de FCAS ontwikkelen, als opvolger van de F-35 waarmee veel Europese luchtmachten nu vliegen.Anderzijds is er fragmentatie. De Europese defensie-industrie is versnipperd, zo is keer op keer vastgesteld. Te veel verschillende wapensystemen maken de Europese defensie inefficiënt.
Maar de noodzakelijke schaalvergroting wordt telkens weer gedwarsboomd door nationale industriële belangen. Ook in het geval van FCAS konden de door Duitsland geleide defensietak van Airbus en het Franse Dassault maar geen overeenstemming bereiken.De politieke leiders bleken te zwak om samenwerking af te dwingen.
De Franse president Emmanuel Macron slaagde er niet in om Dassault tot meer inschikkelijkheid te bewegen, terwijl het bedrijf toch sterk afhankelijk is van de Franse staat.Op elke Europese top in Brussel wordt het streven naar meer samenwerking en integratie beleden.
Het belijden van eenheid heeft echter weinig te betekenen als lidstaten in de praktijk vasthouden aan hun nationale belangen. Het gevaar is groot dat de versnippering van Europa alleen maar zal toenemen als nationalistische partijen aan kracht winnen. In Brussel wordt bezorgd gekeken naar de verkiezingen van volgend jaar in Frankrijk en Polen.
Als Marine Le Pen of Jordan Bardella president van Frankrijk wordt, zal de Europese samenwerking sterk worden afgeremd, zo niet geheel tot stilstand komen.Integratie of fragmentatie, dat is de keuze waarvoor Europa staat. De tendens naar fragmentatie is sterk, maar veel Europeanen willen wel degelijk meer integratie, zeker op het gebied van defensie.
Uit een vorig week verschenen onderzoek van de European Council on Foreign Relations bleek, niet voor de eerste keer, dat een meerderheid van de Europeanen een sterkere Europese defensie steunt, nu de Russische dreiging toeneemt en de Amerikanen niet meer als een betrouwbare bondgenoot worden gezien.Defensie is een kans voor Europa.
Het Europese project wordt minder technocratisch als het appelleert aan de behoefte aan veiligheid van de Europeanen. Die kans kan alleen gegrepen worden als de lidstaten hun nationale kortetermijnbelangen opzij kunnen zetten om een sterker Europa te creëren. Tegen die achtergrond is het teleurstellend dat Frankrijk en Duitsland er niet in slagen gezamenlijk een gevechtsvliegtuig te ontwikkelen.Lees ookGeselecteerd door de redactie

