Techno-optimisme duikt in allerlei gedaanten op. Zo wordt vliegreizen geregeld verdedigd met het argument dat blijvende vraag, gecombineerd met verstandig beleid, innovatie in de luchtvaart zal versnellen. Juist door te blijven vliegen kunnen toekomstige generaties uiteindelijk duurzamer reizen, is het idee.

Iets vergelijkbaars klinkt in het debat over kernenergie. Volgens voorstanders heeft Nederland een strategische fout gemaakt door niet al tientallen jaren geleden grootschalig in kernenergie te investeren. Daardoor zouden technologische doorbraken zijn uitgebleven en zijn we afhankelijk gebleven van fossiele brandstoffen.

Twee losse observaties, maar ze delen dezelfde logica. De oplossing ligt altijd vooruit. De rekening altijd bij iemand anders. En wie daaraan twijfelt, begrijpt het gewoon niet. Want dat is de kern van techno-optimisme: een gesloten systeem. Zo gebouwd dat het nooit kan falen.

Vliegen vervuilt? Innovatie lost het op, als we maar blijven vliegen. Elk probleem bewijst dat we meer van hetzelfde nodig hebben. Mislukking bewijst altijd dat we onvoldoende hebben gedaan, nooit dat de redenering niet deugt. Kernenergie is duur en traag? Te laat begonnen.

Hernieuwbare energie groeit te langzaam? We investeren te weinig. Innovatie verandert niets aan eigendomsstructuren en machtsrelaties Psycholoog Steven Pinker gaf dit mechanisme een academische glans: groei als vanzelfsprekend gevolg van rede en markten. Twijfel eraan en je twijfelt aan de vooruitgang zelf.

Onweerlegbaar. Econoom en theoloog Bob Goudzwaard noemde dit al in de jaren zeventig vooruitgangsgeloof: een cultuur die de werkelijkheid voorschrijft in plaats van beschrijft. Techno-optimisme wortelt in wat wij zijn gaan geloven dat technologie moet kunnen. Een culturele keuze, gepresenteerd als technische analyse.

En geloven in een verhaal maakt je immuun voor het tegenbewijs. De werkelijkheid is immers minder vrolijk. Er is ook een tweede reden waarom techno-optimisme zo hardnekkig is. Die heeft niet zozeer met cultuur te maken, maar met belangen. Innovatie is de enige oplossing – of beter, uitweg – die niets verandert aan eigendomsstructuren, verdienmodellen en machtsrelaties.

Fossiele bedrijven hoeven niet af te schrijven op hun reserves. Luchtvaartmaatschappijen hoeven hun vloot niet te halveren. Financiers hoeven hun portefeuilles niet te herstructureren. Techno-optimisme is niet alleen een geloof. Het is ook een alibi. Zolang de oplossing altijd net om de hoek ligt, hoeft niemand nu iets op te geven.

Heerlijk! Meer steenkool Wereldwijd stijgen de CO2-uitstoot en het gebruik van materialen nog steeds. De energietransitie verlaagde het aandeel fossiel met 1 procent in tien jaar tijd. Van 81 naar 80 procent, ondanks decennia van technologische innovatie. Efficiëntiewinst wordt telkens ingehaald door groei.

Nieuwe technologie maakt dingen goedkoper, en goedkopere dingen gebruiken we meer. Dit heet het rebound-effect. Het rebound-effect is het gevolg van de economische struct