Een benzinetekort houdt Rusland al zes weken in zijn greep, waardoor het dagelijks leven verder verslechtert te midden van de oorlog, repressie en economische neergang. De schuld wordt volgens verschillende berichten bij allerlei partijen gelegd — van regionale ambtenaren tot marktspeculanten — maar nooit bij president Vladimir Poetin.

De crisis verergert de toenemende ontberingen voor gewone Russen en roept vragen op over waarom de bevolking niet in opstand komt tegen het Kremlin. Het tekort is onderdeel van een bredere verslechtering van de levensomstandigheden, maar protesten blijven beperkt.

Autoriteiten worstelen met het oplossen van het brandstoftekort, waarbij verklaringen variëren van raffinaderijonderhoud tot logistieke problemen en prijscontroles. Opvallend is dat de leiding van het land consequent buiten schot blijft in de officiële verklaringen.