Een politieagent beschrijft hoe een jongen die hij al zes jaar kent opnieuw in een portiek stond, na eerdere waarschuwingen en bekeuringen voor rondhangen bij het station en in portieken.

De agent zegt de jongen al zes jaar te kennen en hem meermaals te hebben gewaarschuwd en bekeurd voor het rondhangen bij het station en in portieken. De jongen is volgens het verslag ook betrokken geweest bij de handel in softdrugs. Toen de agent hem dit keer aansprak, deed hij dat niet alleen vanwege het rondhangen.

Volgens de agent reageerde de jongen beleefd met de woorden: "ik praat toch netjes met u?" Toch schrijft de agent dat hij een groter probleem ziet dan het rondhangen alleen. Verdere details over de identiteit van de jongen, de plaats van de ontmoeting of een eventueel vervolg werden niet gegeven.