De 23-jarige Abdi A. was geen huurder van het antikraakpand in Buitenveldert, in Amsterdam-Zuid, waar Hajar waarschijnlijk is vermoord. Dat bleek op 22 oktober 2026. Het vermoeden bestaat dat hij een insluiper was.
Dat onderscheid is relevant omdat het pand als antikraakwoning in gebruik was: een gebouw dat tijdelijk wordt bewoond om leegstand te beperken, bijvoorbeeld in afwachting van sloop of herontwikkeling. Iemand die op die manier in zo'n pand verblijft, is een geregistreerde bewoner en niet een huurder in de gewone zin van het woord. Abdi A. had die positie op dit adres niet. Het vermoeden is daarom dat hij het pand is binnengekomen zonder er te wonen, al is niet bekend gemaakt hoe of wanneer dat zou zijn gebeurd.
Over de dood van Hajar wordt gesproken in termen van een waarschijnlijke moord, wat erop wijst dat de exacte toedracht in het openbaar nog niet vaststaat. Er is niets naar buiten gebracht over haar leeftijd, haar band met het adres of met Abdi A., of over het moment waarop zij is gevonden. De zaak vestigt de aandacht op Buitenveldert, een woonwijk in Amsterdam-Zuid waar leegstaande gebouwen soms tijdelijk worden bewoond.
Noch de volgorde van de gebeurtenissen, noch de huidige juridische positie van Abdi A. is in de berichtgeving bevestigd. Het is niet bekend of hij is aangehouden, aangeklaagd of verhoord, en er zijn geen zittingsdata bekendgemaakt. Meer duidelijkheid over het onderzoek wordt in de komende periode verwacht.






